L6 : Beaufort 6 : contact 3

 

 

Vocabulaire

 

1. Flashcards

 

2. Flitswoorden (1)

 

3. Flitswoorden (2)

 

4. Flitswoorden (3)

 

5. Gravity

 

6. Klik het juiste antwoord aan (1)

 

7. Klik het juiste antwoord aan (2)

 

8. Klik het juiste antwoord aan (3)

 

9. Leren

 

10. Match

 

11. Sleep van rechts naar links (1)

 

12. Sleep van rechts naar links (2)

 

13. Sleep van rechts naar links (3)

 

14. Spellen

 

15. Test (1)

 

16. Test (2)

 

17. Test (3)

 

18. Test (4)

Uitdrukkingen

Werwoord aller

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

Oefeningen werkschrift

 

On s'ntraîne. Complète avec la forme exact du verbe "aller". (Gebruik de juiste vorm van het werkwoord "aller".

 

On s'entraîne. Complète avec le verbe aller et les pronoms personnels exacts. (Vul aan met het werkwoord aller en de juiste persoonlijke voornaamwoorden.)

 

On compare deux horaires. (Wij vergelijken twee uurroosters.)

 

1. Copie (Kopieer)

 

2. Écris les mots à la place exacte. (Schrijf de woorden op de juiste plaats.)

3. Note l'heure exact en lettres. (Noteer het juiste uur in letters.)

 

4. Complète avec la bonne forme du verbe "aller". (Vul aan met de juiste vorm van het werkwoord "aller".)

 

5. Mets les phrases au futur proche. (Plaats de zinnen in de nabije toekomst.)

 

6.Choisis le verbe exact et mets-le dans la bonne forme. (Kies het juiste werkwoord en plaats het in de juiste vorm.)