L6 : Taal : schrijven : werkwoorden in de verleden tijd

 

Zwakke werkwoorden : woord verandert niet

 

Zwakke werkwoorden : woord verandert

 

1. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -de, -den

 

2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -te, -ten

 

3. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : gemengd

 

1. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -de, -den

 

2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -te, -ten

 

3. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : gemengd

 

Zwakke werkwoorden : dubbele medeklinkers

 

Zwakke werkwoorden : -f verandert in -v en -s verandert in -z

 

1. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -de, -den

 

2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : -te, -ten

 

3. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : gemengd

 

 

1. -f verandert in -v : vul de juiste vorm van het werkwoord in

 

2. -s verandert in -v : vul de juiste vorm van het werkwoord in

 

3. -f verandert in -v en -s verandert in -z : vul de juiste vorm van het werkwoord in

 

Sterke werkwoorden

 

Gemengd

 

1. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (1)

 

2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (2)

 

1. Ik kan de juiste vorm schrijven.

 

2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm enkelvoud (1)

 

3. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm enkelvoud (2)

 

4. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm meervoud (1)

 

5. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm meervoud (2)

 

6. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm enkelvoud en meervoud gemengd (1)

 

7. Vul de juiste vorm van het werkwoord in : persoonsvorm enkelvoud en meervoud gemengd (2)

 

8. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (1)

 

9. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (2)

 

10. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (3)

 

11. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (4)

 

12. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (5)

 

13. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (6)

 

14. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (7)

 

15. Vul de juiste vorm van het werkwoord in (8)