L4 : Taal : Schrijven : werkwoorden tegenwoordige tijd

1.   Werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

 

2.   Werkwoorden : vul de juiste vorm in.

 

3.   Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

 

4.   De tegenwoordige tijd oefenen.

 

5.   Maak het rijtje af (1)

Het woord verandert niet

 

6.   Maak het rijtje af (2)

Het woord verandert niet

 

7.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in : hele werkwoord

Het woord verandert niet

 

8.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in : alleen de stam

Het woord verandert niet

 

9.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in : stam + -t

Het woord verandert niet

 

10.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in : gemengd

Het woord verandert niet

 

11.   Maak het rijtje af

Het woord verandert

 

12.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in

Het woord verandert

 

13.   Vul de juiste vorm van het werkwoord in

Het woord verandert

 

14.   Dubbele medeklinkers : maak het rijtje af

 

15.   Dubbele medeklinkers : vul de juiste vorm van het werkwoord in : hele werkwoord

 

16.   Dubbele medeklinkers : vul de juiste vorm van het werkwoord in : alleen stam

 

17.   Dubbele medeklinkers : vul de juiste vorm van het werkwoord in : stam + t

 

18.   De -f verandert in -v en de -s verandert in -z : maak het rijtje af

 

19.   De -f verandert in -v en de -s verandert in -z : vul de juiste vorm van het werkwoord in : alleen de stam

 

20.  De -f verandert in -v : vul de juiste vorm van het werkwoord in : stam + t

 

21.   De -s verandert in -z : vul de juiste vorm van het werkwoord in : stam + t