L5 : Quartier étoile 5 : Planète 4

 

Vocabulaire les 1

Werkwoord aimer

 

1.Flashcards

 

2. Leren

 

3. Schrijven

 

4. Spellen

 

5. Match

 

6. Gravity

 

7. Test

 

1.Flashcards

 

2. Leren

 

3. Schrijven

 

4. Spellen

 

5. Match

 

6. Gravity

 

7. Test

Werkwoord chercher

Werkwoord porter

 

1.Flashcards

 

2. Leren

 

3. Schrijven

 

4. Spellen

 

5. Match

 

6. Gravity

 

7. Test

 

1.Flashcards

 

2. Leren

 

3. Schrijven

 

4. Spellen

 

5. Match

 

6. Gravity

 

7. Test

Oefeningen werkschrift

 

1.6 Qui dit ça ? Combine. (Wie zegt dit ? Combineer.)

 

1.7 Écris (Schrijf)

 

1.8 Regarde les photos. Lis les phrases. Vrai ou faux ? (Bekijk de foto's. Lees de zinnen. Zijn ze juist of fout ?)

 

1.10 Au défilé de mode. Clique sur les mots corrects. (Op de modeshow. Klik op de juiste woorden.)

 

2.6 Mets au singulier. (Maak er één van.)

 

2.7 Complète par "un", "une", "des". (Vul aan met "un", "une", "des")

 

4.2 Le verbe "porter". Complète le cadre. (Het werkwoord "porter". Vul het kader aan)

 

4.5 Le français, c'est facile. Complète les cadres. (Frans is gemakkelijk. Vul de kaders aan.)

 

4.6 Combine les deux colonnes. (Combineer de twee kolommen.)

 

4.7 Indique le bon sujet. (Duid het juiste onderwerp aan.)

 

5.2 Masculin ou féminin. Clique sur la bonne réponse. (Mannelijk of vrouwelijk. Klik op het juiste antwoord.)

 

5.3 Coche la réponse correcte. (Duid het juiste antoord aan.)

 

5.4 Cherche les mots. (Zoek de woorden).

 

6.4 Complète les phrases à l'aide des verbes donnés. (Vul de zinnen aan met behulp van de gegeven werkwoorden.)

 

6.5 Les verbes en -ER. Écris la bonne forme des verbes. (De werkwoorden op -ER. Schrijf de juiste vorm van de werkwoorden.)