L5 : Beaufort 5 : contact 4

 

Vocabulaire

 

1. Flashcards

 

2. Flitswoorden (1)

 

3. Flitswoorden (2)

 

4. Flitswoorden (3)

 

5. Flitswoorden (4)

 

6. Gravity

 

7. Klik het juiste aan (1)

 

8. Klik het juiste aan (2)

 

9. Klik het juiste aan (3)

 

10. Klik het juiste aan (4)

 

11. Leren

 

12. Match

 

13. Sleep van rechts naar links (1)

 

14. Sleep van rechts naar links (2)

 

15. Sleep van rechts naar links (3)

 

16. Sleep van rechts naar links (4)

 

17. Spellen

 

18. Test (1)

 

19. Test (2)

 

20. Test (3)

 

21. Test (4)

 

22. Test (5)

Uitdrukkingen

Werkwoord aimer

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

Werkwoord avoir

Werkwoord regarder

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

 

1. Flashcards

 

2. Leren

 

3. Spellen

 

4. Match

 

5. Gravity

 

6. Test

Oefeningen werkschrift

 

Gebruik de juiste vorm van het werkwoord "avoir".

 

Vul aan met je, tu, il, elle, nous, vous, ils of elles.

 

1. Kopieer

 

2. Zoek de woorden met dezelfde klank.

 

3. We leerden al vier vraagwoordjes : comment - où - qui en quoi. Vul aan met het juiste vraagwoord.

 

4. Verbind de persoon/personen met de juiste vorm van het werkwoord "avoir".

 

5. Vul aan met de juiste vorm van het werkwoord "avoir".

 

6. Vul aan met je - tu - il - elle - nous - vous - ils of elles.

 

7. Maak de juiste Franse zinnetjes.

 

8. Vul aan met de juiste werkwoordvormen.